afbeelding van een uterus met groene en paarse kleuren, het lijkt op een bloem

In 2011 verscheen in het Journal of Women’s Health een opvallend artikel met de titel “Gynecologic History in Chronic Fatigue Syndrome: A Population-Based Case-Control Study“. Het onderzoek, uitgevoerd door Boneva et al., onderzocht de gynaecologische voorgeschiedenis van vrouwen met ME (chronisch vermoeidheidssyndroom) en vergeleek deze met vrouwen zonder ME. 

De resultaten laten verbanden zien die tot nu toe weinig aandacht kregen, maar belangrijk kunnen zijn voor zowel diagnose als zorg.

Criteria
Hoewel dit onderzoek gebruikmaakt van de verouderde Fukuda-criteria uit 1994, die bekendstaan om hun beperkingen zoals het ontbreken van post-exertionele malaise (PEM) als verplicht symptoom en de brede, heterogene patiëntengroep die ze opleveren, besloten we toch dit artikel te vertalen. Dit vanwege het schrijnende gebrek aan onderzoek naar de gynaecologische gezondheid van vrouwen met ME.

Ondanks methodologische bezwaren biedt deze studie waardevolle observaties over het voorkomen van aandoeningen als endometriose, bekkenpijn en hysterectomie bij vrouwen met CVS. Juist omdat er zo weinig bekend is over hormonale en gynaecologische factoren bij ME, is het belangrijk om bestaande data kritisch maar niet afwijzend te blijven verkennen.

In het artikel wordt gesproken over CVS en dat nemen wij hier over, hoewel we zelf de voorkeur geven aan ME

Meer operaties, meer klachten

De studie toonde aan dat vrouwen met CVS significant vaker een gynaecologische operatie hadden ondergaan dan vrouwen zonder ME. De meest voorkomende ingrepen waren hysterectomie (verwijdering van de baarmoeder) en ovariëctomie (verwijdering van de eierstokken). Daarnaast werden ook andere ingrepen zoals curettage, keizersnede en eileiderligatie (sterilisatie) vaker gemeld door vrouwen met ME.

Zo rapporteerde 76% van de post-menopauzale vrouwen met CVS een hysterectomie, tegenover 54% van de controlegroep. Ovariëctomie kwam voor bij 56% van de vrouwen met CVS, versus 34% bij de controlegroep. Deze verschillen zijn niet altijd statistisch significant, maar het patroon is wel duidelijk.

Vroege menopauze en amenorroe

Een ander opvallend resultaat was dat de gemiddelde leeftijd waarop de menopauze optrad bij vrouwen met CVS vier jaar lager lag dan bij vrouwen zonder CVS (42 versus 46 jaar). Dit verschil bleek niet significant, maar is wel relevant in het licht van het verhoogde aantal operaties in deze groep.

Ook amenorroe (uitblijven van menstruatie bij vrouwen die wel normaal ongesteld zouden moeten worden) die niet verband hield met zwangerschap, kwam vaker voor bij vrouwen met CVS. Dit zou kunnen wijzen op hormonale disbalans in de eierstokken, iets wat eerder ook is gesuggereerd in andere studies.

Bekkenpijn en endometriose

Bekkenpijn die niet gerelateerd was aan menstruatie kwam veel vaker voor in de CVS-groep (22,2% versus 1,7%). Ook endometriose werd opvallend vaker gemeld (36,1% bij vrouwen met CVS tegenover 16,7% in de controlegroep). Endometriose is een aandoening die, net als ME, wordt geassocieerd met chronische pijn en hormonale verstoringen.

Interessant is dat hoewel er een sterke samenhang was tussen endometriose en ovariëctomie, in het statistisch model vooral bekkenpijn overeind bleef als duidelijke associatie met CVS. Dit suggereert dat bekkenpijn op zichzelf een belangrijk signaal kan zijn.

Zwangerschappen en miskramen

Vrouwen met CVS hadden gemiddeld meer zwangerschappen (2,8 tegenover 2,0), maar rapporteerden ook vaker een curettage na een miskraam. De onderzoekers konden niet vaststellen of deze zwangerschappen eindigden in levend geboorte, miskraam of iets anders, of hoe deze zich verhielden tot het moment waarop CVS begon. Wel wijzen ze erop dat deze gegevens nader onderzoek verdienen.

Hormonen en ME: een ontbrekende schakel?

Verschillende hormonen zoals oestrogeen en progesteron zijn van invloed op pijn, stemming, slaap en cognitief functioneren, allemaal factoren die bij ME verstoord kunnen zijn. Het is dus biologisch plausibel dat hormonale disbalans bijdraagt aan CVS-symptomen.

Eerdere studies toonden bij vrouwen met CVS een verlaagde progesteronspiegel tijdens de luteale fase en verhoogde FSH-waarden. Ook zijn er meldingen van vrouwen die juist rond de menopauze een verergering van klachten ervaren, of verbetering na hormoontherapie.

Een chirurgische menopauze (na ovariëctomie) wordt in verband gebracht met onder andere cognitieve achteruitgang, depressie, verhoogde ontsteking en verhoogde pijngevoeligheid. De overlap met CVS-symptomen is opvallend.

Stress, hypofyse en hormonale as

De studie roept ook vragen op over de rol van stress en de hormonale as (de HPG-as en de HPA-as). Stress kan invloed hebben op de productie van geslachtshormonen via de hypothalamus-hypofyse-gonaden-as. Omdat stress een bekende risicofactor is voor CVS en ook samenhangt met hormonale verstoring, is dit een mogelijke verklaring die verder onderzocht moet worden.

Beperkingen en waarde van de studie

Zoals de auteurs zelf aangeven, was de steekproef relatief klein. Ook werd er gewerkt met zelfrapportage van gynaecologische aandoeningen zonder verificatie in medische dossiers. Toch is dit één van de eerste studies die structureel kijkt naar de relatie tussen ME en gynaecologische voorgeschiedenis.

De overeenkomsten met andere studies naar fibromyalgie (een aandoening die veel overlapt met CVS) maken de resultaten des te interessanter. Ook daar werd vaker een verband gevonden tussen hysterectomie, vroege menopauze en klachten.

Wat kunnen we hiermee?

Voor vrouwen met ME is het zinvol om in het gesprek met een arts ook de gynaecologische voorgeschiedenis mee te nemen. Bekkenpijn, vroege menopauze, endometriose, of hormonale klachten kunnen mogelijk iets zeggen over de ernst of het verloop van ME.

Tegelijk roept dit onderzoek vooral nieuwe vragen op. Speelt hormonale disbalans een rol bij het ontstaan van ME? Heeft een operatie invloed op het ziektebeloop? En waarom worden deze verbanden zo weinig onderzocht?

Hopelijk komt er in de toekomst meer aandacht voor de rol van het vrouwelijk lichaam in ME-onderzoek. Want als we ME beter willen begrijpen, kunnen we de eierstokken, baarmoeder en hormonen niet buiten beschouwing laten.

Samenvatting op basis van het artikel van Boneva et al., Journal of Women’s Health (2011). 

Vertaling en bewerking: Annemarie en Vrouw met ME
bron: https://encr.pw/5DxfY

De volledige Nederlandse vertaling lees je hier:

Een korte samenvatting van dit artikel lees je op Facebook

Je reactie is welkom!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *