André Brouillet – Une leçon clinique à la Salpêtrière (1887) (Bron: Wikimedia)

Wat vandaag gebeurt in de spreekkamer, heeft diepe wortels. Wanneer vrouwen met ME te horen krijgen dat hun klachten ‘onverklaard’ of ‘psychisch’ zijn, is dat geen op zichzelf staand voorval. Het past in een hardnekkig patroon van medische uitsluiting, dat al eeuwen teruggaat.

In deze nieuwe reeks onderzoeken we de lange geschiedenis van hoe het vrouwelijke lichaam werd gewantrouwd, gemedicaliseerd en gemarginaliseerd, en waarom dat nog altijd doorwerkt.


Wat doe je als je lichaam niet doet wat je wilt en niemand je gelooft? Als artsen je aankijken met scepsis, je klachten ‘onverklaard’ noemen of terugbrengen tot stress, persoonlijkheid, gedrag of emoties?

Voor vrouwen met ME is dat vaak een bekende realiteit. Dit is niet nieuw maar staat in een lange traditie waarin het vrouwelijke lichaam systematisch onbegrepen, niet onderzocht en gemarginaliseerd werd.

De lange schaduw van ‘hysterie’

Al in de oudheid werd het vrouwelijk lichaam als instabiel beschouwd. De baarmoeder was volgens de Grieken letterlijk ‘zwervend’ en verantwoordelijk voor uiteenlopende symptomen  flauwvallen, pijn en stemmingswisselingen. Dit idee kreeg een medische naam: hysterie, afgeleid van het Oud-Griekse hystera, baarmoeder.

In de 19e eeuw kreeg hysterie een tweede leven in de psychiatrie. Vrouwen die leden aan uitputting, verlamming, geheugenverlies, extreme emoties of andere onverklaarde lichamelijke symptomen, werden vaak opgesloten in instellingen zoals het Salpêtrière-ziekenhuis in Parijs.


Niet omdat ze daar onderzocht werden, maar omdat hun lijden niet paste binnen het medische (mannelijke) denkkader van die tijd. Trauma, misbruik of de biomedische oorzaak van hun lichamelijke aandoeningen bleven onbelicht. In plaats daarvan werden deze vrouwen bestudeerd, gemedicaliseerd en vaak publiekelijk geshowd in medische salons.

Gyneacologische problemen werden in de 19e eeuw ook als hysterie  beschouwd. Bizarre en gruwelijke behandelingen als bloedzuigers in de baarmoeder plaatsen waren in die tijd heel gewoon.

Wat heeft dit met ME te maken?

Alles. Want hoewel de diagnose hysterie verdwenen is, zijn de denkpatronen die hieraan ten grondslag zijn nog levend. Vrouwen met ME horen nog steeds dat hun klachten “functioneel” zijn, “onverklaarbaar”, “tussen de oren zitten” of “psychisch”. Niet vanwege bewijs dat dat zo is, maar vanwege onbegrip en vooroordelen. Waar medische kennis tekortschiet, krijgen oude reflexen een kans.

Dat zegt niets over de aard van ME, dat is een ernstige, lichamelijke ziekte, maar wel over hoe vrouwenlichamen worden benaderd wanneer ze niet voldoen aan wat de medische wetenschap verwacht.

Een reeks over medische uitsluiting

Met een reeks artikelen gaan we proberen hier aandacht aan te besteden. We gaan in de geschiedenis van hysterie duiken en onderzoeken hoe vrouwen door de eeuwen heen zijn uitgesloten van medische erkenning. Hoe diagnoses veranderden, maar oude patronen bleven.

Hopelijk zien we wat we daarvan kunnen leren, over waarom ME zo gestigmatiseerd wordt en hoe uitsluiting en ongeloof te werk gaan.


Wie niet begrijpt wáár en dát het misgaat, blijft vrouwen opnieuw buitensluiten.

Je reactie is welkom!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *