Folder ME Assiociation

De Britse ME Association heeft een uitgebreide folder uitgebracht over de menopauze en ME/cvs. Hierin wordt uitleg gegeven over de overgang en de perimenopauze, de klachten die daarbij horen, en de mogelijkheden van hormonale substitutietherapie (HST). Ook worden andere behandelopties besproken – zowel regulier als alternatief – en komt onderzoek naar vrouwelijke hormonen bij ME/cvs aan bod. Hieronder vind je een samenvatting van de belangrijkste punten.


Wat is de menopauze en perimenopauze?

De menopauze is de levensfase waarin de menstruatie definitief stopt en zwangerschap niet meer mogelijk is. Dit gebeurt gemiddeld rond het 51e levensjaar. Wanneer dit vóór het 40e jaar gebeurt, spreken we van een vroegtijdige menopauze. Dit kan veroorzaakt worden door een operatie (zoals een hysterectomie), kankerbehandelingen, infecties of hormoonstoornissen, maar soms ook zonder duidelijke reden.

De overgang begint meestal met de perimenopauze: een periode waarin de menstruatie onregelmatig wordt en klachten ontstaan, terwijl menstruatie nog wel voorkomt.

De ernst en duur van overgangsklachten worden beïnvloed door genetica, etniciteit, leefstijl, voeding, stress en algemene gezondheid.


Klachten tijdens de overgang

Veel vrouwen (ongeveer 70%) ervaren tijdens de menopauze lichamelijke, psychische en gynaecologische klachten. Veel van deze symptomen overlappen met die van ME/cvs en Long COVID.

Lichamelijk (o.a. vasomotorisch): opvliegers, nachtzweten, hartkloppingen, slaapproblemen, vermoeidheid, hersenmist, hoofdpijn, gewichtstoename, mond- en tandproblemen.
Gynaecologisch/seksueel: veranderend menstruatiepatroon, vaginale droogte, pijn of jeuk, ongemak bij seks, verminderd libido, blaasontstekingen.
Psychisch: stemmingswisselingen, angst, depressie, verminderde eigenwaarde.
Langetermijnrisico’s: osteoporose en hart- en vaatziekten, door het wegvallen van oestrogeen.


Wat kan je zelf doen?

  • Beweging: kan helpen tegen klachten en het risico op osteoporose en hartziekten verlagen, maar voor mensen met ME/cvs is dit vaak moeilijk of zelfs schadelijk.
  • Opvliegers: luchtige kleding, koele slaapkamer, vermijden van triggers zoals pittig eten, cafeïne en alcohol.
  • Voeding: een uitgebalanceerd dieet met calcium (bv. melk en yoghurt) helpt voor de botten. Gezond gewicht kan opvliegers verminderen.

Hormonale substitutietherapie (HST)

HST vult de hormonen aan die tijdens de overgang minder worden aangemaakt. Meestal gaat het om oestrogeen en progestageen.

Vormen van HST: tabletten, pleisters, gels, sprays, vaginale ringen, pessaria of crèmes.
Keuze: hangt af van leeftijd, klachten, eventuele hysterectomie en voorkeur van de patiënt.

  • Alleen oestrogeen: bij vrouwen zonder baarmoeder.
  • Gecombineerd met progesteron: bij vrouwen mét baarmoeder, ter bescherming tegen baarmoederkanker.
  • Toevoeging testosteron: kan helpen bij laag libido.

Voordelen

  • Vermindering van overgangsklachten zoals opvliegers, nachtzweten, angst, slaapstoornissen en vaginale droogte.
  • Bescherming tegen botontkalking en daarmee osteoporose.
  • Mogelijk gunstig effect op spierkracht, relevant voor vrouwen met ME/cvs.

Wanneer oppassen?

Niet geschikt voor vrouwen met een voorgeschiedenis van borst-, baarmoeder- of eierstokkanker, bloedstolsels, hoge bloeddruk of leverproblemen. Bij matige tot ernstige ME/cvs moet men voorzichtig zijn, omdat weinig beweging het risico op trombose kan verhogen.

Bijwerkingen

Meestal mild en tijdelijk. Mogelijk: hoofdpijn, spotting, misselijkheid, stemmingswisselingen, gevoelige borsten, huidreacties. Vaak verdwijnen deze na enkele weken of zijn er oplossingen beschikbaar.

Risico’s

  • Borstkanker: licht verhoogd risico bij langdurig gebruik van gecombineerde HST (ca. 5 extra gevallen per 1000 vrouwen in 5 jaar). Bij alleen oestrogeen is dit risico vrijwel afwezig.
  • Bloedstolsels en beroerte: vooral bij tabletten; risico is veel kleiner bij pleisters, gels en sprays.

Duur van gebruik

Geen vaste limiet, maar jaarlijkse evaluatie wordt aangeraden. Vaginale oestrogeen kan vaak langer worden gebruikt. Boven de 60 jaar wegen de risico’s meestal zwaarder, maar lagere doses of pleisters/gels kunnen soms nog geschikt zijn.


Andere behandelopties

Medicijnen:

  • Clonidine (tegen opvliegers en nachtzweten).
  • Antidepressiva (voor stemming en soms opvliegers).
  • Gabapentine (bij pijn en slaap, kan ook opvliegers verminderen).
  • Fezolinetant (nieuw middel tegen opvliegers).
  • Vitamine D (botgezondheid).
  • Vaginale producten met oestrogeen of glijmiddelen (tegen droogheid en blaasproblemen).

Alternatieve middelen:
Beperkt of geen bewijs, soms risico’s: o.a. zilverkaars (levertoxiciteit), dong quai (invloed op medicatie), ginseng (kan bloedingen veroorzaken), fyto-oestrogenen (tegenstrijdige resultaten).


Onderzoek naar vrouwelijke hormonen en ME/cvs

Er is nog weinig onderzoek gedaan, maar enkele studies laten zien:

  • Vrouwen met ME/cvs rapporteren vaker gynaecologische problemen, zoals PCOS, endometriose en bekkenpijn.
  • De menopauze treedt gemiddeld enkele jaren eerder op bij vrouwen met ME/cvs.
  • Oestrogeentherapie kan mogelijk helpen bij premenstruele verergering van klachten als het oestradiolniveau laag is.

Deze bevindingen onderstrepen dat gynaecologische factoren een rol kunnen spelen in het ontstaan of verergeren van ME/cvs en dat dit in de zorg en het onderzoek meer aandacht verdient.


Bron: Folder over menopauze en ME van de Britse ME Association (auteur: Charles Shepherd)
Vertaling en samenvatting: Letta, voor Vrouw met ME

Lees hier de hele samenvatting:

Afbeelding: Unsplash

Je reactie is welkom!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *