Onderzoek: Hormonale schommelingen en ME/CVS bij vrouwen: de rol van de mentruatiecyclus en de menopauze, Mehak Khan et al (augustus 2025)

Bron:

https://medscireview.net/index.php/Journal/article/view/2032/1785

Veel vrouwen met ME merken het zelf al: klachten lijken te schommelen met de menstruatiecyclus of veranderen zodra de overgang begint. Maar tot nu toe was daar nauwelijks echt onderzoek naar gedaan. Een nieuwe studie uit Karachi laat zien dat hormonen een veel grotere rol spelen in de ernst en aard van ME-klachten dan vaak wordt aangenomen.

Het onderzoek

De onderzoekers volgden 150 vrouwen met ME:

  • 90 vóór de overgang,
  • 30 in de overgang,
  • 30 na de overgang.

Bij alle deelnemers werden hormonen gemeten, dagelijkse symptoomdagboeken bijgehouden en kanteltafeltesten uitgevoerd om de werking van het autonome zenuwstelsel te beoordelen. Ook vulden de vrouwen vragenlijsten in over hun kwaliteit van leven.

Wat kwam eruit?

  • Hormonen in beweging

Zoals verwacht daalden oestrogeen en progesteron met de leeftijd, terwijl LH en FSH (de hormonen die vanuit de hersenen de eierstokken aansturen) juist stegen.-

  • De cyclus als voorspeller

Bij vrouwen die nog menstrueren vielen duidelijke patronen op:

  • Vermoeidheid en pijn namen toe in de tweede helft van de cyclus, vlak voor de menstruatie.
  • Cognitieve klachten waren juist het minst rond de ovulatie.
  • Orthostatische klachten (duizeligheid of hartkloppingen bij opstaan) bleven vrij stabiel, wat erop wijst dat die minder afhankelijk zijn van de cyclus.
  • De overgang is een kantelpunt

Bij vrouwen in de overgang en na de menopauze was de symptoombelasting hoger: meer uitputting, meer pijn, meer orthostatische klachten. Hun kwaliteit van leven scoorde bovendien lager, zowel lichamelijk als mentaal.

  • Verschillende vormen van autonome dysfunctie

De kanteltafeltesten lieten zien dat het type autonome ontregeling verschilt per levensfase:

  • Vóór de overgang kwam POTS vaker voor (snelle hartslag bij opstaan, bijna 40%).
  • Na de overgang trad vaker orthostatische hypotensie op (een bloeddrukval bij opstaan, ruim een derde van de vrouwen).
  • Duidelijke verbanden met hormoonspiegels
  • Lage oestrogeen- en progesteronwaarden hingen samen met meer vermoeidheid en pijn.
  • Hoge LH- en FSH-waarden hingen juist samen met meer vermoeidheid en orthostatische klachten.

Wat betekent dit?

Dit onderzoek geeft voor het eerst kwantitatief bewijs voor iets dat veel vrouwen intuïtief al weten: hormonen beïnvloeden hoe ME zich uit.

  • Oestrogeen en progesteron lijken een beschermende rol te spelen. Wanneer ze laag zijn, nemen klachten toe.
  • De overgang is een kritisch moment: klachten verergeren gemiddeld en het autonome zenuwstelsel reageert anders.
  • Het type autonome ontregeling verschilt per leeftijd: jongere vrouwen hebben vaker last van een snelle hartslag bij opstaan, oudere vrouwen eerder van een bloeddrukval.

Waarom is dit belangrijk?

Deze inzichten betekenen dat zorg en onderzoek niet meer om hormonen heen kunnen. Het opent de deur naar:

  • Hormoonbewuste zorg: rekening houden met cyclus en overgang bij het plannen van behandeling en ondersteuning.
  • Individuele aanpak: jongere vrouwen hebben vaak een ander klachtenpatroon dan vrouwen in of na de overgang.
  • Toekomstig onderzoek: nagaan of hormoontherapie (zoals oestrogeen en progesteron via pleisters of gel) een rol kan spelen bij het verlichten van klachten.

👉 Dit onderzoek maakt duidelijk dat de vrouwelijke hormooncyclus en de overgang geen randverschijnselen zijn, maar een sleutel tot het begrijpen van de variatie en ernst van ME-symptomen.

Belangrijke kanttekeningen bij dit onderzoek

Dit onderzoek levert interessante inzichten op, maar het is goed om te weten waar de grenzen liggen.

  • Er werd geen vergelijking met gezonde vrouwen gemaakt
    Er is niet gekeken naar vrouwen zonder ME. Daardoor weten we niet zeker of de gevonden patronen (bijvoorbeeld meer klachten voor de menstruatie of vaker bloeddrukdalingen na de overgang) echt specifiek zijn voor ME, of dat gezonde vrouwen dit ook ervaren.
  • Kleine onderzoeksgroepen
    In totaal deden 150 vrouwen mee, maar per groep waren het er niet veel (30 in de overgang, 30 na de overgang). Dat maakt de uitkomsten kwetsbaarder: een paar deelnemers meer of minder kan het beeld al veranderen.
  • Eén ziekenhuis, één land
    Alle vrouwen kwamen uit hetzelfde ziekenhuis in Karachi. Het is dus de vraag of de resultaten ook gelden voor vrouwen in andere landen, met andere leefomstandigheden of genetische achtergronden.
  • Zelfrapportage van klachten
    De vrouwen hielden dagboeken en vragenlijsten bij. Dat is nuttig, maar blijft subjectief: wat de één als “ernstig” ervaart, noemt de ander misschien “matig”.
  • Hormoonmetingen zijn momentopnames
    Hormoonspiegels schommelen sterk, soms zelfs per dag. In dit onderzoek werd slechts beperkt gemeten, waardoor nuances gemist kunnen zijn.
  • Andere ziektes spelen mee
    Vooral in de oudere groepen kwamen diabetes en hoge bloeddruk vaker voor. Die kunnen ook vermoeidheid en klachten verergeren, waardoor het moeilijk is om puur naar ME te wijzen.
  • Geen bewijs voor oorzaak-gevolg
    Er zijn verbanden gevonden tussen hormonen en klachten, maar het is niet bewezen dat hormonen de klachten veroorzaken. Het kan ook omgekeerd zijn: dat ME het hormoonsysteem ontregelt.
  • Behandeling nog speculatief
    De onderzoekers noemen hormoontherapie als mogelijke optie, maar dat is niet getest. Of het helpt en of de voordelen opwegen tegen de risico’s,  weten we nog niet.

Toch heel interessant

Het onderzoek is een belangrijke stap: het laat zien dat hormonen waarschijnlijk echt invloed hebben op de klachten van vrouwen met ME. Tegelijk is het nog te vroeg om te spreken van harde oorzaken of behandelingen. Er is meer onderzoek nodig, liefst internationaal, met grotere groepen en ook gezonde controlegroepen erbij.


Samenvatting door Vrouw met ME

Je reactie is welkom!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *