Onze nieuwe columniste Marjolein is 60 jaar en al bijna 30 jaar ziek. Ze had lang milde/matige ME, maar schuift nu toch op richting ernstige ME.

Jaren geleden had ik een hulp in de huishouding, eens per week. Na verloop van tijd bleek ze nogal wat oordelen te hebben, over mij en mijn gezondheid. Zo kwamen er opmerkingen als ‘je hebt de hele ochtend de tijd gehad om dat zelf te doen’, en ‘als je dit zelf kunt, dan kan je dat ook zelf’.

Als zoiets me nu zou overkomen, zou ik direct contact opnemen met de thuiszorgorganisatie en om een andere hulp vragen. Maar toen was ik nog niet zo ver, het maakte me onzeker en ik vroeg me af of ze misschien gelijk had. Want zo ben ik uit mijn opvoeding gekomen; vol twijfel, met een laag gevoel van eigenwaarde en een neiging tot pleasen, wat met een onzichtbare ziekte als ME nog extra handicaps zijn.

Dus we modderden nog een poosje voort, de hulp en ik, terwijl ik bleef proberen haar uit te leggen wat ik mankeer en waarom ik hulp nodig heb. Uiteraard tegen dove mansoren, terwijl het contact steeds verder verziekt raakte. Uiteindelijk vertrok ze zelf, wat voor mij een grote opluchting was. En eigenlijk dacht ik nog zelden aan haar, tot ik haar een paar weken geleden weer tegenkwam.

Ik probeer zo lang mogelijk mijn eigen boodschappen te blijven doen, eens per week, en een paar weken geleden, toen ik aansloot in de rij voor de kassa van de supermarkt, bleek zij voor me te staan. Mijn eerste neiging was om weg te lopen en te wachten tot ze weg zou zijn, maar iets hield me tegen. Koppigheid misschien, en me niet willen laten kennen. 

Dus ik bleef staan, terwijl alle spanning van toen weer naar boven kwam. De rij schoof op, en toen ze afgerekend had en haar spullen inpakte, kreeg ze volgens mij in de gaten wie er achter haar stond. Haar spullen zaten in haar tas, maar ze vertrok niet. En terwijl ik ook mijn spullen inpakte, we vlak naast elkaar stonden maar elkaar niet aankeken, overwoog ik of ik iets moest zeggen. Maar wat? En waarom? 

Ik kwam tot de conclusie dat ik alleen maar iets zou zeggen om de spanning te verbreken, wat voelde als een zwaktebod. Ik had haar niets meer te zeggen, had geen enkele behoefte aan een schijnheilig praatje, dus ik ben zonder nog iets te zeggen weggelopen. 

En daar was ik achteraf heel tevreden over. Ik hoef me niet meer te verontschuldigen of te verdedigen, ik hoef mijn bevestiging niet meer bij een ander te zoeken. Ik ben goed zoals ik ben, inclusief de steeds verder oplopende beperkingen.

Ben ik daar soms nog verdrietig over? Ja, natuurlijk. Maakt het steeds groter wordende isolement dat ik me soms vreselijk eenzaam voel? Ja, zeker. Maar het wordt langzaamaan toch allemaal wat draaglijker en ik ga mezelf niet meer ontkennen of verbergen, alleen maar om de lieve vrede te bewaren of een contact te behouden. 

Andere mensen zullen ongetwijfeld over me blijven oordelen, maar ik oordeel steeds minder over mezelf. En wat voelt dat ontzettend fijn!

Marjolein


Je reactie is welkom!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *