
Lang geleden kregen wij twee kindjes, vrij snel na elkaar. De jongste van de twee was een huilbaby. Ik had nog geen ME, maar was wel langdurig chronisch vermoeid na pfeiffer. De hypothekencrisis was gaande, dus woonden we nog op een flatje. Mijn man zat fulltime op kantoor en ik zat fulltime thuis, met mijn vermoeidheid en twee kleine kotertjes.
De kleine baby, altijd hield ik haar op mijn arm. Altijd was er dan ook een dreumes die aandacht wilde en hulp nodig had. En altijd ging het door. Hoe ik haar ook vasthield, voedde, vertroetelde en inbakerde, het huilen was eindeloos. Ze was al een paar maanden oud toen ik voor het eerst zag dat haar oogjes open waren en ze niet aan het huilen was!
Urenlang heb ik in de schommelstoel gezeten, met een huilende baby en een huilende dreumes op schoot. De tranen kon ik niet van mijn eigen wangen vegen, omdat ik mijn handen vol had met kindjes. Dus die vielen op mijn kleding en op de hoofdjes van mijn kindjes.
En we wiegden, we wiegden, we wiegden… En ik hield mij vast aan de gedachte dat zo óóit wel een keer zouden stoppen met huilen. Dat gebeurde ook. Maar ik heb geen idee hoe lang het duurde. En het begon ook steeds weer opnieuw. Tot ze groter waren en het wat hanteerbaarder werd.
Wat was ik opgelucht, toen het eerste jaar erop zat. En hoewel het kleintje ook een pittig peutertje was, werd het wat makkelijker. Ze ging zichzelf aankleden, leerde al snel praten en leerde hoe ze zich kon afreageren. Ze sliep in de nachten en de oudste ging naar school. Er kwam een stukje ademruimte.
Ik denk regelmatig terug aan deze tijd, zeker nu ik ME heb. Het gedrag van mijn lichaam komt soms behoorlijk overeen met dat van een huilbaby. Hoe ik ook rust, plat lig en voorzichtig ben. Al mijn taken opknip in kleine stukjes, op mijn hartslag let. Alle belastende dingen aan anderen overlaat en steeds weer prikkelarm in het donker lig. Het lijkt gewoon nooit genoeg.
Altijd heeft het lichaam weer een soort van reden, om zich druk te maken over niks. Om dingen als onhaalbaar te zien, die vorig jaar nog simpel waren. Zelfs de nachten lijken soms op die van toen. Zomaar onderbroken door.. tja… waardoor eigenlijk. Zoals de baby gewoon huilde, ogenschijnlijk zonder reden. Zo weigert mijn lichaam soms de slaap te vatten.
Het is rusten, rusten, en rusten. En ik houd mij vast aan de gedachte dat het óóit wel een keer beter zal worden. Maar of dat ook uitkomt, dat weet niemand eigenlijk zeker.
Annika