
Ouder worden betekent voor mij: iets trager zijn, sneller moe, maar nog altijd kunnen vertrouwen op je lichaam. Bij mij is dat vertrouwen weggevallen.
Soms lijkt alles nog te lukken. Ik kan iets doen, een gesprek voeren, even buiten zijn. En dan, vaak pas later, stort ik in. Niet geleidelijk, maar plots en volledig. Alsof mijn lichaam pas achteraf beslist dat het te veel was. Dat maakt het zo moeilijk: ik kan niet op het moment zelf voelen waar de grens ligt.
Het gaat niet alleen om moe zijn. Het is een diep instortingsgevoel, alsof mijn hele systeem op slot gaat. Denken wordt moeilijk, prikkels komen harder binnen, mijn hart reageert anders, mijn lichaam voelt onbetrouwbaar. Rust helpt, maar niet zoals je zou verwachten. Soms lijkt zelfs rust niet genoeg om weer op te bouwen.
Wat dit extra verwarrend maakt, is dat het van buitenaf niet altijd zichtbaar is. Er zijn momenten waarop ik er “oké” uitzie, misschien zelfs redelijk functioneer. Maar dat zegt weinig over wat het me kost, en niets over wat er daarna volgt. Het verschil tussen wat zichtbaar is en wat ik werkelijk draag, is groot.
Ik wil graag benadrukken dat dit geen kwestie is van leeftijd, mindset of motivatie. De wil is er. Het verlangen om te leven, te bewegen, deel te nemen, is er volop. Wat ontbreekt, is de voorspelbaarheid van mijn lichaam. Het voelt alsof mijn energiereserves niet meer vanzelf worden aangevuld en mijn herstel niet meer vanzelfsprekend is.
Dit maakt dat ik voortdurend moet afwegen, plannen en aanpassen. Niet omdat ik bang ben, maar omdat ik geleerd heb dat één verkeerde inschatting een lange terugval kan betekenen. Dat is geen voorzichtigheid uit gewoonte, maar uit noodzaak.
Wat ik hoop, is begrip voor dat verschil:
– tussen ouder worden en ziek zijn
– tussen even moe en werkelijk uitgeput zijn
– tussen aan de buitenkant functioneren en van binnen overleven.
Leonie