
Wat als je na jaren zoeken, proberen en vechten tot de conclusie komt dat het niet het antwoord is? In deze persoonlijke column schrijft Ninian Leah over de omslag van eindeloos streven naar herstel naar accepteren wat is. Over de valkuil van hoop als drijfveer en de vrijheid die kan ontstaan als je stopt met jezelf steeds opnieuw proberen te repareren.
Jarenlang deelde ik mijn leven in twee delen in: vóór het ziek-zijn en straks, als ik weer beter zou zijn, het erna… Want ik was er heilig van overtuigd dat dát zou gebeuren. Als ik maar het juiste deed. Als ik maar hard genoeg zocht, trainde, slikte, vocht, ademde en geloofde. Dan zou het glorieuze moment komen dat ik dit alles achter me kon laten.
Ik probeerde alles. Van beweging en kracht opbouwen tot parasietenkuren. Van ademhalingstherapie tot darmspoelingen, mind-body en acupunctuur. Van yoga tot sapvasten. Yoga, mediteren …
Elk dieet werd geprobeerd, ketogeen, paleo, glutenvrij, lactosevrij, histaminevrij, GAPS, ik probeerde het allemaal uit.
Ik heb mezelf al proberend en forcerend de vernieling in geholpen. Ik had maar een gedachte: als ik maar genoeg mijn best doe, word ik beter.
Telkens als het niet werkte, dacht ik: het moet nóg preciezer, puurder, strenger. Ik moet nóg beter mijn best doen.
Soms voelde ik bij de eerste afspraak met een behandelaar al dat het onzin was. Maar ik luisterde niet naar dat onderbuikgevoel, want ik wilde vooruit. Of liever gezegd, terug naar normaal. Terug naar hoe het vóór het ziek-zijn was
Wat ik niet deed in die achttien jaar? Echt rust nemen. Niet als bijwerking van een behandeling en niet als troostprijs, maar als enige overgebleven optie. Rust als strategie.
Dat deed ik niet omdat ik a) een hekel aan rusten heb en b) het me afgeraden werd door zo’n beetje elke behandelaar die ik sprak. ‘Rust roest’, kreeg ik te horen.
Pas sinds het te laat is, sinds ik schokkend achteruit ging van al dat geduw en getrek aan mezelf, ben ik gestopt met mijn onrealistische toewerken naar beter worden. Ik heb gezien hoe mijn energie opraakt aan het mezelf steeds weer willen fixen. Hoe therapieën die zogenaamd “herstellend” zijn, het weinige namen wat er nog over was.
Nu slik ik braaf mijn pillen. Niet met tegenzin, maar met dankbaarheid dat ze alles nét nog leefbaar houden.
Ik kies zorgvuldig wat ík wil: af en toe iemand zien, een enkele keer naar buiten met de rolstoel of mijn haren laten wassen.
Voor mij geen behandelplan meer dat al mijn energie opslokt. Geen ‘straks’ meer als doel.
Ik wacht niet meer op beter. Ik leef nu. Hoe beperkt ook. Het is wat het is.
Ninian Leah