Je denkt vaak dat het vanzelf gaat, dat samenwerken in een huishouden een soort vanzelfsprekende routine is. Iedereen kent zijn taken, niemand stapt op elkaars tenen. Tot de ziekte het huis binnenkomt en alles anders wordt. Dan blijkt die routine ineens een stuk ingewikkelder en wordt loslaten voor degene die ziek is, misschien wel de moeilijkste stap van allemaal.


We hadden hier thuis altijd een bepaalde verdeling. Onze taken vulden we in naar eigen inzicht. Zowel mijn man als ik werkten parttime. Dat ging vanzelf. Iedereen deed wat, niemand hoefde zich te bewijzen. Het liep gewoon lekker.

Tot ik ziek werd.

In het begin was het chaos. Ik was te ziek om überhaupt iets te doen. Er ontstond een soort crisissituatie, waarin mijn man met hulp van mijn moeder probeerde alles in huis draaiende te houden. De was, de opvang, het eten, ons kind, zijn werk en mij verzorgen.

Later knapte ik iets op. Niet veel, maar genoeg om voortaan het huishouden te regelen, de administratie te doen, een planning te maken. Mijn moeder bleef standby. Ze hielp met koken, de was en oppassen. Het werd een nieuw evenwicht met een systeem. Want ik ben van de lijstjes. Het was een kwetsbaar evenwicht met mijn beperkte inzetbaarheid,  maar het werkte.

En ik was er trots op. Trots dat ik het redde met mijn beperkte energie. Ik haalde er weliswaar weinig plezier uit, maar het gaf me structuur. Ik had mijn eigen manieren, mijn routines en mijn lijstjes. Ik hield het huishouden draaiende. Dat telde ook.

Tot ik volledig instortte.

In korte tijd werd mijn ME ernstig. Van het ene op het andere moment kon ik geen boterham meer smeren, laat staan een huishouden runnen. Mijn man werd mijn mantelzorger. Hij nam alles over en draaide de tent alleen.

En ik? Ik lag op bed en moest in een klap alles loslaten.

Dat bleek een uitdaging.

Hij deed dingen namelijk anders. In een andere volgorde. Met andere prioriteiten. Dingen die ik belangrijk vond, verdwenen naar de bodem van zijn lijst. Dingen die ik totaal onbelangrijk vond, kregen ineens aandacht. Dat vond ik moeilijk. Vanuit bed begon ik te dirigeren. Ik was net een verkeersregelaar met te weinig overzicht, maar te veel meningen.Ik ging me overal mee bemoeien.

Ik was geloof niet de leukste vrouw op dat moment.

In plaats van mijn man aan te moedigen en in plaats van hem te steunen terwijl hij overbelast raakte, lag ik te mopperen. Te klagen over details.

Maar het ging natuurlijk helemaal niet over de details.Het ging over rouw.

Rouw om het verlies van mijn rol.
Rouw om de dingen die ik niet meer kon. Rouw om het feit dat ik niet langer nodig was, althans, niet op de manier die ik kende.

Gelukkig drong het op tijd tot me door. Mijn gemopper hielp niemand. Het maakte het er niet gezelliger op. Niet voor hem, niet voor mij en niet voor ons kind.

Dus leerde ik loslaten.Ik liet het huishouden los, de controle, de volgorde en de details.

Ik liet mijn oude rol los en ik leerde zijn manier te waarderen. Want guess what: het werkt óók op zijn manier. Het loopt prima.

Het huis wordt nu al zes jaar gerund door mijn man. Ik weet bij wijze van spreken niet eens meer waar de theezakjes liggen, en dat is oké.

Ik bemoei me er niet meer mee.
Hooguit zeg ik soms dat ik zin heb in een bepaald gerecht, of vraag of hij iets kan halen. En verder probeer ik te laten merken dat ik zie wat hij doet, dat ik het waardeer en dat ik weet hoe zwaar het soms is.

Ik hoef niet meer te bewijzen dat ik het ook kon en hij hoeft niet te bewijzen dat hij het goed doet.

We zijn geen taken meer aan het verdelen. We zijn aan het leven. Opnieuw en anders,  maar gelukkig wel nog samen.

Ninian Leah

Afbeelding: Pixabay

Je reactie is welkom!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *