In het Zuiden, in dat warme gouden licht,

Denk ik terug aan hoe ik ooit bewoog,

Aan een lichaam dat vanzelf wist wat het moest doen,

Aan een evenwicht dat ik niet hoefde te zoeken.

Zwemmen in de zee,

Handen tegen rotsen,

Gekko’s die op muren kleven,

Boeken die zich lieten verslinden

Zonder dat de tijd zijn stem verhief.

Vrij, zoals water dat nergens hoeft te stoppen.

Nu drijf ik in het zwembad,

Traag, bijna gewichtloos,

En kijk ik naar dezelfde rotsen

Die vroeger leken te roepen,

Maar nu alleen zacht aanwezig zijn.

Gekko’s zie ik nog,

Maar een boek gaat langzaam,

Alsof de pagina’s wachten

Tot ik mee kan bewegen.

Rust heeft alles overgenomen.

Op tijd liggen,

Op tijd stoppen,

Op tijd medicatie,

Op tijd weer neerploffen in de stilte.

Soms vraag ik me af of dit nog leven heet,

Als elke stap een rekening draagt

Die niemand anders kan zien.

Maar er zijn momenten

Die bijna vanzelf fluisteren.

Mijn hond die kwispelt,

Blij in het simpele nu.

Mijn man die glimlacht

Om een koffietje dat met zorg is gemaakt.

Voor dat soort tederheid

Betaal ik zonder aarzelen.

En ja, soms voelt de rekening zwaar,

En komt de vraag, stil maar scherp:

Waarvoor doe ik dit nog?

Tot ik hun blik zie—

Warm, vertrouwd—

En iets in mij weer zakt,

Weer landt,

Weer weet.

Daar lig ik dan,

Zonnebril, oordopjes,

Zweet dat langs mijn slapen glijdt,

Een gekko die stil over een muur kruipt.

En in die zachte eenvoud

Komt iets van vroeger terug,

Niet zoals het was,

Maar genoeg om verder te dragen.

Leonie

Een gedachte over “Heimwee

Je reactie is welkom!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *