
Mensen met kinderen herkennen zich vast in de uitdrukking: ‘Meervoud van moe is moeder’. Ik hoorde deze voor het eerst tijdens mijn eerste zwangerschap. “Weer zo’n cliché”, dacht ik. Maar zoals de meeste clichés irritant zijn, zo zit er in allemaal ook een kern van waarheid.
Toen de kinderen klein waren en de nachten onderbroken werden voor voedingen, doorkomende tandjes, monsters onder bed en enge dromen, waren mijn wallen uiteraard groter dan na een ongestoorde nacht. De tropenjaren (ook zo’n cliché) noemde de huisarts het net na mijn scheiding en vlak voor mijn “burn-out”.
Nog zo’n cliché; ‘kleine kinderen – kleine zorgen, grote kinderen – grote zorgen’. En ja, ook in dit cliché zit waarheid. Waar een baby al snel tevreden is met een schone luier, een knuffel en een vol buikje, krijgen grotere kinderen meer wensen en meer onzekerheden naarmate hun wereldje groter wordt.
Mijn jongste puber heeft het altijd pittig gehad op school. En oké, hij was zeker ook een uitdaging voor de leerkracht van zijn klas. Die zorgen droeg ik bij me. Ook toen ik nog werkte (parttime en onregelmatig). En dan raken privé en werk elkaar ook. Die balans houden vond ik namelijk ontzettend moeilijk. Want in mijn leven ben ik in de eerste plaats moeder! Dat gaat vóór al het andere, iets wat ik nog steeds zo voel en vind.
Wat een rust kwam er toen ik ziek thuis kwam te zitten en daardoor geen rekening meer hoefde te houden met mijn werk. Ik kon alles inzetten op het opvangen van alles. Er kwamen steeds meer instanties aan tafel te zitten.
Ondertussen volgde ik therapieën, die totaal averechts uitpakten, bleek naderhand. En alle zorg rondom de jongste werd mij eigenlijk te veel. Iets wat ik diep van binnen wel voelde, maar absoluut niet wilde of kon toegeven. Ik schrijf het nu ook met tranen in mijn ogen op, het blijft voelen als falen.
Ik ben ervan overtuigd dat als ik geen ME had gehad, ik veel beter met mijn puber en de situatie had kunnen omgaan. Ik had veel relaxter kunnen reageren in bepaalde situaties. Ja, mijn energie was laag, heel laag en mijn lontje te kort op die momenten.
Op dit moment zijn beide kinderen niet meer woonachtig bij mij. Maar dat betekent niet dat de zorgen ophouden. Tuurlijk in praktische zin hoef ik niet meer vroeg mijn bed uit om ze klaar te maken voor school, ik smeer geen boterhammen meer. Al vinden ze mijn geraspte appeltje met kaneel nog steeds heerlijk als ze ziek zijn.
Maar zorgen om je kinderen blijven achter in je huis en je hoofd. Iedere ouder wil het beste voor zijn kind. Iedereen wil dat zijn kind gelukkig is, succes mag beleven, een mooi leven mag opbouwen, kan leren, en fouten maken zonder al te grote gevolgen.
Ook uit huis wonende kinderen maken nog “eerste keer” dingen mee. Zo ging mijn oudste voor het eerst alleen een paar dagen weg. Leuk, goed idee. Tot ik hoorde dat deze trip een vlucht met een vliegtuig bevatte. En dus opende er een nieuwe lade met “zorgen om…”.
Al deze zorgen maken mij moe en moeder. En nee, die zorgen kan je niet zomaar naast je neerleggen. En ja, ik ben inderdaad zo’n moeder die moeite heeft met loslaten en afscheid nemen van fases. Dat is wat ik ben, in de eerste plaats moeder.
Gelukkig rem ik mijn kinderen niet af met mijn zorgen, want ik wil juist dat ze zelfstandige, verstandige volwassenen worden en ik probeer ze juist aan te moedigen vanaf de zijlijn.
Ik denk ook dat de ME mijn piekeren versterkt, zeker op slechte(re) dagen. Waar ik altijd een glas halfvol weet te zien, is dat op slechte dagen op z’n minst moeilijker. Als ik negatiever denk, neemt het piekeren ook toe. Dit gaat samen hand in hand.
Wat ik doe als tegengif? Vooral lief zijn voor mijzelf. Juist op de slechte dagen, probeer ik met mildheid naar mijzelf te kijken. Als de positieve lijn weer inzet, doe ik expres iets leuks voor mijzelf. Al is het maar dat ik dan een keer een lippenstift opdoe. Elke keer als ik mijzelf dan zie, word ik er blij van. Het zijn echt maar kleine dingen, maar het helpt mij.
Wat ook helpt? Toegeven dat het cliché echt die kern van waarheid in zich heeft. Ik ben nu eenmaal moe én moeder.
Molly